Je bent hier: Home » Markt & Financiering » Nu crisisheffing, straks terrasjestaks…?

Nu crisisheffing, straks terrasjestaks…?

Nu crisisheffing, straks terrasjestaks…?

Stelt u zich eens voor… U geniet op een prachtige zonnige lentedag in 2016 met een paar vrienden van een drankje en een hapje op een terras. De tijd vliegt voorbij en u rekent af, € 40. Een paar weken later leest u op uw nieuwsapp dat minister Dijsselbloem voornemens is in 2017 een terrasjesbelasting in te voeren, er is namelijk geld nodig om de corruptie in de Oekraïne te bestrijden. Het voornemen wordt omgezet in een wetsvoorstel, dat eind 2016 wordt goedgekeurd. In de wet staat dat u in maart 2017 belasting moet betalen over alle drankjes en hapjes die u in 2016 heeft genoten op een terras, die samen duurder waren dan € 20…

Dit lijkt misschien absurd, maar schetst wel in een eenvoudig voorbeeld hoe de zogenaamde crisisheffing werkte, die een aantal werkgevers in 2013 en 2014 voor de kiezen kreeg. De 16%-heffing was destijds verschuldigd over in het voorgaande jaar betaalde lonen vanaf € 150.000. De opbrengst moest het gapende begrotingsgat van de overheid helpen dichten. Niet verwonderlijk is dat de heffing tot een storm van protest leidde. De discussie bereikte de media, toen ook Feyenoord de crisisheffing tot in hoger beroep aanvocht. De voetbalclub kreeg in december 2015 nul op het rekest van Hof Den Haag. Eind januari 2016 boog de Hoge Raad zich voor het eerst over de kwestie.

Noodzakelijke belastingheffing

Belastingheffing is noodzakelijk en dient vele doelen, zoals de financiering van collectieve uitgaven en het ontmoedigen (accijns op rookartikelen) of stimuleren (subsidies voor groene energie) van bepaald gedrag. Voor voldoende draagkracht zal een belastingheffing wel duidelijk en rechtvaardig moeten zijn. Het probleem met de crisisheffing zat met name in de terugwerkende kracht. De heffing was verschuldigd in maart 2013, maar werd berekend over loon dat al in 2012 was betaald. Daarbij is van belang te weten dat de crisisheffing pas in april 2012 voor het eerst werd genoemd en veel later bij wet werd vastgesteld. Ook voor het verlengen van deze ‘eenmalige’ heffing in 2014 kreeg de overheid de handen niet op elkaar. Het gevolg was een massaal bezwaar, dat op het bordje van de Belastingdienst kwam te liggen.

Onrechtvaardig en onduidelijk

Waarom moesten alleen werkgevers de heffing betalen en niet bijvoorbeeld ook zzp’ers met hoge winsten? Was het verstandig om juist werkgevers die zorgen voor hoge belastingopbrengsten door hoge lonen te betalen extra te belasten? Had de overheid de werkgevers niet eerder en duidelijker kunnen informeren, zodat zij rekening hadden kunnen houden met deze incidentele extra last? Het wachten was op het oordeel van de Hoge Raad, die zich voor het eerst uitsprak op 29 januari 2016.

Helpende hand

Het leek even de goede kant op te gaan. De Advocaat-Generaal (A-G) concludeerde bij de individuele procedure voor de Hoge Raad weliswaar dat geen sprake was van discriminatie of strijd met het wettelijke systeem, maar zag wel een probleem in de terugwerkende kracht. Dit had met name betrekking op de periode waarin werkgevers al betalingen hadden gedaan, maar er nog niet van op de hoogte waren dat dit effect kon hebben op de komende crisisheffing (tussen 1 januari en 26 april 2012).

Helaas was het gejuich van korte duur… Ons hoogste rechtscollege oordeelde dat de invoering van de crisisheffing door de wetgever geoorloofd was, gezien de slechte economische vooruitzichten voor 2013 en 2014. In het arrest erkent de Hoge Raad dat er sprake is van een schending van het ‘fair balance’ beginsel. Echter, de aard van de begrotingsproblemen acht de Hoge Raad zodanig ernstig, dat de schending gerechtvaardigd is. Dit betekent dat alleen aan de crisisheffing kan worden ontkomen indien deze heeft geleid tot een individuele en buitensporige last voor de werkgever. De toon is hiermee gezet voor de nog lopende (proef)procedures.

Had het ook anders gekund?

De overheid komt blijkbaar erg veel vrijheid toe als het gaat om belastingheffing. Het gebruikte argument voor de heffing, een begrotingstekort als gevolg van de economische crisis, komt mij niet heel sterk voor. Als ook wordt gekeken naar de onderbouwing, het proces en de communicatie lijkt het geheel vrij toevallig en willekeurig tot stand te zijn gekomen. Gevolg is onvrede bij werkgevers, imagoschade voor de overheid, verhoogde uitvoeringslast bij de Belastingdienst, onnodige procedures en stof voor opinies van belastingadviseurs. De belastingbetaler begrijpt best dat belastingheffing noodzakelijk is en dat de politiek actuele problemen het hoofd moet bieden, maar ze verwacht wel serieus genomen te worden.

Vraag blijft of dit nu niet anders had gekund, bijvoorbeeld een kwartje van Dijsselbloem? En wat kunnen we verwachten bij de volgende crisis?

email

Over de auteur

Belastingadviseur Loonheffingen

Belastingadviseur Loonheffingen bij Mazars || Sector specialist Transport & Logistiek Vragen over het artikel of algemene opmerkingen? Neem gerust contact op via mail, LinkedIn of Twitter!

Aantal berichten : 4

Leave a Comment

© 2017 Mazars Nederland meer info

Scroll naar de top